Hoeveel bedrijfshulpverleners heeft u nodig?
Er is geen getal dat voor iedereen klopt, en dat is geen ontwijkend antwoord: het is precies wat de wet bedoelt. Wat er wel is, is een manier om tot uw eigen getal te komen.
De wet noemt geen aantal, en dat is opzet
De Arbowet verplicht u om bedrijfshulpverlening te organiseren, en laat vervolgens open hoeveel mensen daarvoor nodig zijn. Dat lijkt een gat in de regelgeving en het is het tegenovergestelde. Een kantoor met twaalf mensen op één verdieping en een productiehal met ploegendienst en gevaarlijke stoffen hebben allebei bedrijfshulpverlening nodig, en een getal dat voor allebei klopt bestaat niet.
Wat de wet in plaats daarvan doet, is u naar uw eigen risico-inventarisatie en -evaluatie verwijzen. Daarin staat wat er bij u mis kan gaan, en daaruit volgt wat er moet kunnen worden opgevangen. Hebt u geen actuele RI&E, dan hebt u strikt genomen geen onderbouwing voor welk aantal dan ook, en dat is dan het eerste probleem en niet de cursus.
De vuistregel van één op vijftig is geen wet
U komt online vaak één bedrijfshulpverlener per vijftig aanwezigen tegen. Die verhouding circuleert al jaren en hij is als startpunt niet gek, maar hij staat niet in de wet en hij is geen norm waarop u zich kunt beroepen.
Waar hij vooral misgaat, is bij kleine organisaties. Vijftien medewerkers gedeeld door vijftig is minder dan één, en de conclusie die daaruit soms getrokken wordt is dat het dan wel niet hoeft. Dat klopt niet: de verplichting geldt vanaf de eerste medewerker. Eén persoon die op vakantie kan gaan of ziek kan worden, is bovendien geen bedrijfshulpverlening maar een enkele kans.
Gebruik de vuistregel dus als een vraag en niet als een antwoord. Als hij twee zegt en uw eigen situatie zegt vier, dan is vier het getal.
Wat het aantal werkelijk bepaalt
Vijf dingen doen het meeste werk. Hoeveel mensen er tegelijk aanwezig zijn, en niet hoeveel er op de loonlijst staan. De risico’s van uw werk: kantoor, keuken, werkplaats en laboratorium vragen niet hetzelfde. Het gebouw: meerdere verdiepingen, meerdere uitgangen of juist één trap veranderen een ontruiming ingrijpend.
Verder de tijden waarop u open bent. Werkt u in ploegen of hebt u een avondopenstelling, dan moet er ook ’s avonds iemand zijn, en dat vermenigvuldigt uw aantal in plaats van het te verdelen. En tot slot: zijn er mensen aanwezig die zichzelf niet snel in veiligheid kunnen brengen, zoals bezoekers, patiënten of kinderen, dan verandert dat de opgave wezenlijk.
Uw opleider kan hierover adviseren en kent de praktijk in uw sector. Wij doen dat niet, want wij kennen uw werkvloer niet, en een platform dat op afstand een getal noemt geeft u iets wat u niet kunt onderbouwen.
De fout die bijna iedereen maakt
Bijna elke organisatie rekent een aantal uit en beschouwt de zaak daarmee als geregeld. Maar de verplichting gaat niet over hoeveel bedrijfshulpverleners u hebt opgeleid, hij gaat over hoeveel er aanwezig zijn op het moment dat er iets gebeurt.
Tel daarom terug vanaf de werkelijkheid. Vakantie, ziekte, deeltijd, thuiswerken en dienstverband: elk daarvan haalt op enig moment iemand uit uw dekking. Vier opgeleide mensen kunnen in de bouwvak neerkomen op nul aanwezig.
Organisaties die dit goed doen leiden er daarom meer op dan het rekensommetje aangeeft, en spreiden ze over afdelingen en diensten in plaats van ze bij elkaar te zetten. Dat kost een cursusplaats extra en het is het enige wat het verschil maakt op de dag dat het nodig is.
Weet u het aantal, dan is de rest vergelijken
Hebt u een getal en een opleiding in gedachten, dan kunt u hier offertes opvragen. U vult in vier stappen in om hoeveel medewerkers het gaat en waar de cursus moet plaatsvinden; uw aanvraag gaat naar maximaal drie opleiders en verder naar niemand. Twijfelt u nog over het aantal, zet er dan in wat u nu denkt: dat is precies waar een opleider u over kan adviseren.
Vier stappen. Kost niets en verplicht u tot niets.